Het weer blijft ronduit schitterend, en vrijdag staan we op met een stralend blauwe hemel. De voormiddag gaat zijn gewone gangetje, en in de namiddag gaan we Melle verkennen. We hebben hier 3 cités de caractère: Chef-Boutonne, Melle en Celles-sur-Belle. Het parkeren is in dit seizoen heel makkelijk, en we kunnen de auto gemakkelijk kwijt aan de rand van het stadje. Via een mooi plein met fontein, markthal en kiosk, en na een bezoekje aan het TI, slenteren we verder door de pittoreske straatjes. Door de stadspoort komen we binnen en enkele straten verder komen we bij het stadskasteel. Het stamt duidelijk uit de tijd van onze Mechelse hoogcultuur, je kan het vergelijken met het paleis van Margaretha van Oostenrijk.

Er zijn hier ook mooie Romaanse kerken en we kunnen ze bezoeken. Deze kerkgebouwen hebben allemaal een schitterende klank, en de 1ste die we bezoeken is niet meer in dienst als kerk, maar als concertruimte. We doen er een hele babbel met de organisator van de korenweek, die volop bezig is. Het mooie aan de echte Romaanse kerken is dat de hoofdingang uitgeeft op trappen, heel specifiek. We genieten in drie ervan van het mooie interieur en de statige buitenkant.

De late namiddag duiken we nog even in het zwembad, en ’s avonds gaan we eten in het restaurant van de camping. We laten ons verwennen met de menu: een slaatje, een lekkere hoofdschotel en dessert. Alles vers klaargemaakt en weggespoeld met een streekwijn en water.

Het weekend is rustig en ontspannen: een fietstochtje naar de bakker voor overheerlijke croissants en stokbrood (deze bakker heeft zalig stokbrood), luieren, lezen en zwemmen. Dolce far niente. Ook de maandag plakken we eraan. We hebben ondertussen een bever gespot in de Boutonne, die hier vlakbij zijn burcht heeft, zo mooi om te zien. En een kleine spreeuw zorgt voor het opruimen van onze kruimels. Het wordt een heel warme week, en we doseren onze inspanningen en uitstapjes.

Dinsdag ons ritje naar de bakker, en na de middag rijden we door het glooiende landschap naar Celles-sur-Belle. Het kleine pittoreske centrum wordt gedomineerd door de Abbey Royale en de abbatiale Notre-Dame. We willen deze graag bezoeken, maar er is blijkbaar niemand die de kassa kan openen, zodat we ons tevreden moeten stellen met de buitenkant en het park, en de abbatiale, zeker de moeite waard. Het café is eveneens onbemand, terwijl het open zou moeten zijn. Gelukkig hebben we een fles water in de auto. De terrasjes zijn te nemen als we ze tegenkomen.

We stoppen onderweg naar de camping nog bij de site van Verrines-sous-Celles, met een hele mooie kleine Romaanse kapel, een leuk typisch gemeentehuis van de streek en het oude kerkhof rond de site, met heel aparte graven.

Terug op de camping, kunnen we een afkoelende duik goed gebruiken. Morgen, woensdag is het supermarktdag, deze keer in de namiddag, zodat we de toeristische stekjes onderweg kunnen bezoeken. De rest van de week wordt dan uitzweten, en zaterdag zoeken we door te trekken, richting het noorden. We zien wat het weer ons brengt, heel moeilijk te voorspellen. Als het goed en droog is, blijven we nog wat onderweg hangen, anders komen we wat vroeger thuis. Het heeft geen zin om na zo’n zonnige lange periode een paar dagen, in de regen te zitten.